Professor geneeskunde aan Brigham and Women’s Hospital en Harvard Medical School, en een van de toonaangevende onderzoekers naar de biologie van veroudering.
Werd eerst bekend met zijn werk over selenium en selenoproteïnen: hij bracht het volledige ‘selenoproteoom’ van de mens in kaart.
Bestudeert waarom sommige diersoorten veel langer leven dan andere, onder meer via genoomonderzoek bij de naakte molrat en andere langlevende soorten.
Zijn lab ontwikkelt biomerkers van veroudering, zoals epigenetische en andere ‘klokken’, en toonde in 2023 dat biologische leeftijd tijdelijk stijgt bij zware stress en weer daalt bij herstel.
Kreeg in 2013 de NIH Director’s Pioneer Award en onderzoekt hoe verjonging gemeten en eventueel bereikt kan worden, met kritische aandacht voor wat zulke claims echt betekenen.
Hij publiceert veel samen met andere teams over ingrepen die bij dieren de levensduur verlengen, zoals calorierestrictie en rapamycine, en zoekt naar gemeenschappelijke moleculaire kenmerken daarvan.
Wat je ermee kunt: biologische-leeftijdstesten zijn nog vooral onderzoeksinstrumenten; één meting zegt weinig, zeker vlak na ziekte of stress.