
Insulinegevoeligheid
Kort gezegd
Insulinegevoeligheid zegt hoe goed de cellen van je lichaam reageren op insuline, het hormoon dat suiker uit het bloed naar de cellen helpt.
Uitleg
Na een maaltijd stijgt de hoeveelheid suiker (glucose) in je bloed. De alvleesklier maakt dan insuline aan. Je kunt insuline zien als een sleutel die de deur van spier-, lever- en vetcellen opent, zodat de suiker naar binnen kan als brandstof of reserve.
Bij een goede insulinegevoeligheid volstaat een kleine hoeveelheid insuline. Reageren de cellen minder goed, dan spreekt men van insulineresistentie: de alvleesklier moet meer insuline maken om hetzelfde effect te krijgen. Dat kan jarenlang ongemerkt blijven. Volgens het Amerikaanse instituut NIDDK kan het na verloop van tijd leiden tot prediabetes en type 2-diabetes.
Factoren die met lagere insulinegevoeligheid samenhangen zijn onder meer overgewicht (vooral rond de buik), weinig beweging, erfelijkheid en sommige medicijnen. Spieren zijn een grote afnemer van glucose: een overzichtsartikel in BMJ Open Sport & Exercise Medicine beschrijft hoe één inspanning de insulinegevoeligheid al tijdelijk verhoogt en regelmatige beweging ze op langere termijn verbetert.
Insulinegevoeligheid wordt in onderzoek gemeten met speciale tests; een gewone bloedsuikermeting toont ze niet rechtstreeks.
Bronnen
Lees verder op Engy
Verwante begrippen
Deze uitleg is informatief en geen medisch advies. ← Alle begrippen
